In de 19e eeuw ontwierp John Henry Pepper (1821 – 1900) een techniek om doorzichtige geesten in een spookhuis te laten verschijnen. De techniek werd Pepper’s Ghost (lees: pepperghost) genoemd, naar de uitvinder. Het principe is even overtuigend als eenvoudig.
Hieronder een afbeelding met bijhorende uitleg.
Links zie je hetgeen de toeschouwer ziet: een halfdoorzichtig blauw spook dat op een kerkorgel speelt. Het spook rechts (vxf2xf2r de zwarte achtergrond) ziet de toeschouwer niét. Wat de toeschouwer ziet, is niet meer dan een reflectie van het rechtse spook op een doorzichtige glazen wand – op de afbeelding staat er een blauwe lijn rond getekend.
Deze wand is wat schuin gezet, zodat deze de weerkaatsing van de geest kan opvangen. Als je thuis voor je raam staat en terwijl een spot op je gezicht gericht houdt, zie je in het raam de (halfdoorzichtige) weerkaatsing van je gezicht.
Op bovenstaande afbeelding ziet de toeschouwer de combinatie van dat weerkaatste beeld – je kijkt dus eigenlijk op een stuk glas – en een écht kerkorgel.
Als je dit principe toepast in een duistere omgeving en het combineert met griezelige muziek, is dit effect zeer overtuigend. In de praktijk wordt het meer dan ooit toegepast. Denk maar aan The Phantom Manor in de Disney-parken, het Spookslot in de Efteling, enzovoort.
